Als bewindvoerder maak je van alles mee. In dit persoonlijke verslag vertelt één van onze bewindvoerders hoe een reguliere afspraak rondom schuldhulpverlening onverwacht uitmondde in een periode van intensieve betrokkenheid bij een ernstig zieke cliënt.
Medio mei ontmoette ik mijn cliënt bij de rechtbank vanwege een verzoek tot een dwangakkoord in het kader van zijn schuldregeling. Cliënt, een alleenstaande oudere man woonachtig in een seniorencomplex, maakte op mij direct een zorgelijke indruk. Hij had het zichtbaar benauwd, zijn gezicht was opgezwollen en ook zijn benen waren opvallend dik. Ik heb hem dringend geadviseerd contact op te nemen met zijn huisarts, omdat ik mij zorgen maakte over zijn gezondheid. Achteraf bleek hoe terecht die zorgen waren.
Geen familieleden
Op 1 juni werd ik gebeld door het ziekenhuis. Cliënt was opgenomen en zijn gezondheidstoestand bleek ernstig. Omdat er geen familieleden of andere contactpersonen bekend waren, werd mij gevraagd of ik als eerste contactpersoon wilde optreden. Hoewel dit niet tot mijn formele taken behoort, heb ik daar zonder aarzeling mee ingestemd. Op dat moment stond niet de schuldregeling centraal, maar het welzijn van een kwetsbare man die er alleen voor leek te staan.
zijn gezicht was zo opgezwollen dat ik hem bijna niet herkende
De situatie was kritiek. Door hartproblemen en ernstige vochtophoping was cliënt er lichamelijk slecht aan toe. Bij mijn eerste bezoek in het ziekenhuis schrok ik van zijn uiterlijk; zijn gezicht was zo opgezwollen dat ik hem bijna niet herkende. Tegelijkertijd zag ik hoe goed het hem deed dat er iemand langskwam. Hij gaf duidelijk aan blij te zijn met het bezoek en de aandacht.
Geleidelijk herstel
Omdat cliënt tijdens zijn opname behoefte had aan persoonlijke spullen, heb ik kleding en andere benodigdheden uit zijn woning opgehaald en naar het ziekenhuis gebracht. Daarnaast heb ik geprobeerd zijn zoon op te sporen, zodat familie betrokken kon worden bij de zorg en besluitvorming. Ondanks verschillende pogingen is het helaas niet gelukt om contact met hem te krijgen.
Tot verrassing van betrokkenen besloot cliënt [...] een dag later zelfstandig het ziekenhuis te verlaten
Gedurende de opname bleef ik betrokken en hield ik contact met het ziekenhuis over de ontwikkelingen. Gelukkig trad geleidelijk herstel op. Na ongeveer drie weken werd gesproken over de voorbereiding van een veilige terugkeer naar huis.
Blijheid
Tot verrassing van betrokkenen besloot cliënt echter een dag later zelfstandig het ziekenhuis te verlaten. Niet veel later verscheen hij lopend bij het seniorencomplex waar hij woont. Dankzij de hulp van een betrokken medewerkster van de receptie kon worden geregeld dat hij alsnog terugging naar het ziekenhuis om zijn persoonlijke eigendommen op te halen.
Deze periode maakte opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar sommige cliënten zijn wanneer zij nauwelijks beschikken over een sociaal netwerk. Naast zijn lichamelijke problemen kampt cliënt ook met ernstige slechthorendheid, wat communicatie en het organiseren van passende ondersteuning extra bemoeilijkt.
Persoonlijke betrokkenheid
Voor mij als bewindvoerder was het vanzelfsprekend om in deze situatie niet alleen oog te hebben voor de financiële belangen van cliënt, maar ook voor zijn persoonlijke welzijn. Juist in een periode waarin hij ernstig ziek was en weinig mensen om zich heen had, vond ik het belangrijk aanwezig te zijn, praktische ondersteuning te bieden en ervoor te zorgen dat hij niet alleen stond. De blijheid die cliënt toonde tijdens mijn bezoeken in deze moeilijke periode, bevestigde voor mij het belang van persoonlijke betrokkenheid en mensgerichte ondersteuning binnen het bewindvoerderschap.




