Hoe ben je bij Eropaf terechtgekomen?
‘Via het hoofd van Sociale Zaken in mijn gemeente. Ik zat eerst bij iemand die mijn rekeningen regelde, maar daar had ik nooit contact mee. Dat voelde niet goed. Dus ik zei tegen haar: ‘Joh, ik vind dit niks. Weet jij niet wat anders?’ Toen stelde zij voor om met iemand anders te praten. Dat was Anton. Ik was eerst niet zo enthousiast – ik moest eigenlijk niks van mannen hebben, door mijn verleden. Dat heb ik Anton ook meteen gezegd. Maar tijdens het intakegesprek bij mij thuis, met mijn zus erbij, voelde het toch wel goed. Zo ben ik bij hem terechtgekomen. Vanaf dat moment hebben we samen gewerkt aan mijn schulden en aan mijn herstel.’
Kun je iets vertellen over de situatie waarin je toen zat?
‘Dat was de tweede keer dat ik in de schulden zat. De eerste keer was na het overlijden van mijn zusje. Toen was ik depressief, raakte ik in de war en stopte ik met post openmaken. De tweede keer was eigenlijk door nalatigheid. Ik had iemand die mijn financiën regelde, alles stond als het ware op automatisch, en ik dacht: ‘Dat loopt wel goed.’ Maar dat was niet zo. Elk jaar gaan huur en vaste lasten omhoog, en dat had ik nooit aangepast. Zo liep er langzaam een schuld op. Het begon klein, maar de rente maakte het groter.’
Was dat niet enorm schrikken toen bleek dat er weer schulden waren?
‘Ja, natuurlijk. Er kwam iemand van Sociale Zaken langs omdat ik huurachterstand had. Zij heeft toen ook de GGZ ingeschakeld. Samen zijn ze bij me thuis gekomen. Ik dacht: ‘Ik betaal toch mijn rekeningen?’ Toen gingen we de post doornemen – brieven die ik al maanden in een tas had gestopt – en toen bleek dat ik gewoon schulden had. Ik had helemaal geen rekening gehouden met de jaarlijkse huurverhogingen en zo. Ik was helemaal gestrest. Ik heb alles aan mijn zus gegeven en gezegd: ‘Tel jij het maar op, ik trek het niet.’ Zij heeft toen alles op een rij gezet. Het was niet zo dat ik veel geld uitgaf — ik rookte en dronk niet, had geen abonnementen — het was gewoon mijn huur en vaste lasten, plus rente. Maar ik was in die tijd geestelijk niet stabiel. Ik durfde niet eens meer naar buiten. Ik had straatvrees, een depressie, en was bang om mensen te zien. Ja, het was toen heel erg met mij.’
Wat speelde er in die tijd, dat het zo slecht met je ging?
‘Mijn zusje overleed op jonge leeftijd, 42. Dat was een enorme klap. Tegelijk had ik twee narcistische relaties achter de rug, waarin ik ook mishandeld ben. Dat was zwaar om te dragen. Ik had het gevoel dat ik niet meer kon functioneren. Daarom zei ik ook tegen Anton dat ik eigenlijk niets met mannen te maken wilde hebben. Gelukkig begreep hij dat.
Ik ben heel depressief geweest. Ik slikte vijftien jaar lang antidepressiva. Toen, op een gegeven moment ben ik daarmee gestopt, in overleg met mijn psychiater. Dat was omdat het toen weer goed ging bij mij. Omdat ik al aan mezelf ging werken. Door die medicijnen voelde ik me vlak, gevoelloos. Toen ik stopte, kwamen de emoties terug. Ik heb al die jaren alles opgekropt. Ik huilde vroeger nooit. Maar nu kon ik weer huilen. Eigenlijk ben ik toen weer wakker geworden. Toen ben ik aan mezelf gaan werken.’
Wat hielp je om uit dat dal te klimmen?
‘Mijn kinderen en kleinkinderen. Ik werd oma, en dacht: ‘Ik wil een leuke oma zijn, niet iemand die zich opsluit.’ Mijn dochter en zoon hielpen me om stapje voor stapje weer naar buiten te gaan. Eerst om de hoek afspreken, dan iets verder. Langzaam kreeg ik weer vertrouwen. Ja, je wilt toch naar je kind toe. Als je helemaal niet naar buiten durft, dat is toch niet tof? En nu doe ik het allemaal zelf.
‘Ik ben aan mezelf gaan werken.’
Ik ben cursussen gaan volgen over omdenken, zelfreflectie en je innerlijk kind. Daar kwam ik tot inzichten over mijn verleden. Ik ben ook familieopstellingen gaan doen, om te kijken: wat heb ik van mijn ouders en grootouders meegekregen? Er bleken patronen te zijn – verslavingen, boosheid, vluchtgedrag – die steeds terugkwamen in de familie. En dan kom je erachter van, hé, ik heb het ook. Dat wilde ik doorbreken.
Die patronen herkennen, dat is één ding. Maar om dan vervolgens jezelf op een ander spoor te zetten, dat is nog een ander ding. Ja, dat is het omdenken, weet je wel. Alles, zeg maar, al die dingen, al die patronen, die zijn natuurlijk allemaal door en door negatief. En dan ga je denken van, hé, zet het om in het positieve. Je gaat dan eigenlijk een beetje met een afstandje naar je eigen gedachten kijken.
Ik heb mijn broers en zussen hier een beetje in meegesleurd. Nu komen we als familie vier keer per jaar bij elkaar, en dan praten we over problemen of dingen die je tegenkomt. Zo van: joh, zullen we dit eens aanpakken? Of: hoe staan jullie hierin? Dat is heel bijzonder, want vroeger mochten we thuis nergens over praten. Dat openbreken heeft ons allemaal veranderd.’
Wat heb je over jezelf geleerd in dat proces?
‘Dat ik niet alleen slachtoffer ben, maar ook dader – in de zin van: ik had de keuze om iets te veranderen. Dat inzicht gaf kracht. Door om te denken zie je dat alles wat negatief lijkt, ook iets positiefs kan opleveren.
Ik heb mijn innerlijke kind vastgehouden – dat kleine meisje dat zich in de steek gelaten voelde – en gezegd: ‘Je bent veilig, je bent genoeg.’ Vroeger was het normaal dat je geslagen werd door je ouders, weet je wel. Ja, we wisten niet beter, mijn vriendinnen werden vroeger ook geslagen. Maar later kom je erachter dat het eigenlijk helemaal niet goed was.
Weet je, de verandering begint bij jezelf. Je moet er zelf helemaal doorheen, maar je doet het eigenlijk ook voor je kleintje en voor je kinderen, want je ziet natuurlijk dezelfde patronen en depressies bij je kinderen terug. En dat wilde ik doorbreken. Ik merk nu dat mijn kinderen gewoon open zijn en met dingen naar buiten komen. Mijn dochter was ook altijd heel angstig. Dat is ze nu ook niet meer.
‘Je bent veilig, je bent genoeg.’
Omdat je zo’n negatief zelfbeeld hebt, zie je alleen maar waar je niet goed in bent. In het begin kon ik geen enkele positieve eigenschap van mezelf bedenken. Nu wel. Nu weet ik dat ik sterk ben, zorgzaam, vol doorzettingsvermogen.’
En hoe is je leven nu?
‘Rustig, stabiel en gelukkig. Ik werk één dag per week via Vierstroom bij ouderen. Dat vind ik heerlijk, ik maak een praatje en voel me nuttig. Ik sport drie keer per week en heb weer kracht om mijn kleinkinderen op te tillen. Dat kon ik eerst niet eens.
Financieel ben ik gezond. Ik heb gespaard voor een fiets, een laptop en binnenkort krijgt mijn huis een opknapbeurt. Ik leef zuinig – dat zit in me – maar ik hoef niet meer bang te zijn voor rekeningen. Anton beheert nog steeds mijn geld, en dat is goed zo. Geen stress meer. Ik heb bij de rechter afgesproken dat mijn rekeningen voor de rest van mijn leven voor me betaald worden. Want dan heb ik daar geen omkijken meer naar.
Ik kijk met trots terug op mijn leven. Vijf jaar geleden durfde ik niemand aan te kijken. Nu kijk ik in de spiegel en denk: ‘Je mag er zijn.’ Voor een vrouw van 57 met twee kinderen en twee kleinkinderen vind ik dat best wat. Ik leef weer. En ik heb vrede met mijn verleden.’
Wat zou je willen meegeven aan anderen die in de schulden of depressie zitten?
‘Zoek hulp, en durf eerlijk te zijn over hoe slecht het gaat. Je hoeft het niet alleen te doen. En begin bij jezelf – dat is het belangrijkste. Pas als je jezelf hebt geholpen, kun je ook anderen helpen.
En weet je, vergeven is bevrijdend. Ook die mensen die je pijn hebben gedaan. Want zolang je in boosheid blijft, zit je vast. Ik heb mijn exen vergeven, mijn ouders, mezelf. En daardoor kon ik pas echt verder.’




