Verslag Werksessie Werkplaats COMO over beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Op uitnodiging van het Ministerie van VWS en de VNG is in 2018 de Meerjarenagenda Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang tot stand gekomen. Diverse maatschappelijke organisaties, waaronder de COMO Werkplaats, werkten mee aan de totstandkoming van deze agenda.

De gezamenlijke agenda heeft als doel om resultaten te boeken en verbetering te realiseren voor cliënten van Opvang en Beschermd Wonen. Uitgangspunt is dat vanuit de landelijke organisaties ondersteuning wordt geboden op lokaal en regionaal niveau. Dit gebeurt door op cruciale thema’s als wonen, vroeg-signalering en schulden, cliëntondersteuning, toegang en kwaliteit, gezamenlijk plannen op te stellen voor de komende jaren.

De Werksessies van Werkplaats COMO hadden tot doel om concrete bijdragen te leveren voor de Meerjarenagenda. Daarbij was Eropaf! uitgenodigd om te vertellen over de aanpak van het voorkomen van huisuitzettingen. De sessies vonden plaats op 17 juni in Zwolle en op 20 juni in Haarlem.

 

 

Verslag Werksessie Werkplaats COMO over beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Locatie: Stichting Focus in Zwolle

Datum: 17 juni 2019

Onder leiding van dagvoorzitter Sylvia Mac Gullavry (Stichting Straatadvocaat Leeuwarden/ Stichting Werkplaats COMO) vond op maandag 17 juni 2019 een werksessie plaats, georganiseerd door Werkplaats COMO (Cliënten Organisaties Maatschappelijke Opvang). Een gezelschap van ca. 12 deelnemers uit Doetinchem, Deventer, Leeuwarden, Zwolle en Zeeland, allen directbetrokkenen bij de maatschappelijke opvang en/of beschermd wonen, waarvan sommigen als ervaringsdeskundige, ging met elkaar in gesprek over de ‘Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang’: over het voorkomen van huisuitzettingen en over straatadvocatuur en onafhankelijke cliëntondersteuning.

Welkomstwoord door zelfregiecentrum Focus in Zwolle

De werksessie startte met een inspirerend woord van welkom door Roel, bestuurslid bij Stichting Focus. De locatie waar de werksessie plaatsvindt is een oud schoolgebouw, nu in gebruik als een zelfregiecentrum of expertisecentrum ervaringsdeskundigheid en herstel. De stichting is begonnen als informatie- en inloopcentrum voor mensen met psychiatrische klachten. Dat is door de jaren heen uitgebreid naar psychische kwetsbaarheid. Ook zijn de activiteiten uitgebreid. Zo is er een kookploeg, een wekelijks buurtcafé en worden ateliers en workshops georganiseerd. De stichting doet daarnaast belangenbehartiging (bijvoorbeeld door lokale politieke fracties uit te nodigen voor een lunch) en cliëntondersteuning. De inzet worden gefinancierd vanuit diverse bronnen. Er is een structurele subsidie en er zijn contracten voor dagbesteding en werkbegeleidingstrajecten vanuit de opdracht voor sociale activering en herstel. Ook zijn er inkomsten vanuit sociale verhuur, verkoop van spullen en via de trainingen die aangeboden worden. De samenwerking met wijkbewoners is wisselend en wordt nog uitgebreid: verschillende wijkbewoners nemen deel aan de activiteiten en maaltijden en bij het project ‘Focus op bezoek’ gaan vrijwilligers  vanuit Focus op huisbezoek in de wijk. Daarnaast zijn er plannen om het schoolplein beschikbaar te stellen voor gebruik door wijkbewoners.

 

Gesprek over aanpak voorkomen huisuitzettingen

Met Catelijne Akkermans – Eropaf!

Catelijne Akkermans van Stichting Eropaf! gaat met de aanwezigen in gesprek over het voorkomen van huisuitzettingen. Het is een complex thema, onder meer doordat de kosten en baten bij verschillende partijen terechtkomen. Een huisuitzetting is niet door altijd (eigen) schuld. Je kunt eenvoudig in grote problemen komen door het systeem en er is weinig ruimte voor het verhaal van de huurder. Zo vertelt een van de aanwezig ervaringsdeskundige dat hij – om op zichzelf te kunnen gaan wonen in een sociale huurwoning vanuit beschermd wonen -, flink wat spaargeld moest hebben om de borg en eerste maand huur te kunnen betalen. Terwijl je pas bijstand kunt aanvragen als je op jezelf woont; een uitkering ontvang je pas weken later. Dat kan voor veel mensen al een valse start zijn. Problemen komen niet altijd aan het licht, doordat mensen na een huisuitzetting naar creatieve oplossingen zoeken. Bijvoorbeeld door op de bank te slapen bij kennissen.

Catelijne vertelt dat, om huisuitzetting te voorkomen, het nodig is om te schakelen op verschillende niveaus: op het niveau van het individu of gezin, maar ook op het niveau van beleid. In het land komt langzaam een omslag in het denken over huisuitzetting.  Het wordt niet langer als een ‘oplossing’ gezien, maar als een middel dat problemen creëert. Ze heeft samen met Marc Räkers in 2018 de Handreiking Voorkomen Huisuitzettingen herzien. Het boek focust op huisuitzetting door woningcorporaties, en geeft veel goede voorbeelden en tips. Een deel daarvan deelt ze tijdens de sessie: 

Op niveau van beleid:

  • Er zijn al enkele woningcorporaties in Arnhem en Heerhugowaard die stellen: ‘we doen geen huisuitzettingen meer’. Daarmee kun je in je eigen regio een voorbeeld stellen voor andere corporaties.
  • Sommige gemeenten zijn gevoelig voor financiële argumenten. In de maatschappelijke prijslijst staat wat een huisuitzetting (jaarlijks) kost.
  • De meeste corporaties hebben een convenant of samenwerkingsovereenkomst met de gemeente. Staan er afspraken in over outreachend werken bij huurachterstand? Dat kun je bespreken.
  • Het vertellen van verhalen is belangrijk. Het ontbreekt aan een ‘smoel’ op dit thema: verhalen van mensen die een huisuitzetting hebben meegemaakt tonen hoe weerbarstig en ingewikkeld de werkelijkheid is en laten zien dat het systematisch mis gaat.

Op niveau van het individu:

  • Gezond verstand is nodig, maar ook pragmatisch en slim zijn. Een beroep doen op het recht op huisvesting is niet de beste of meest effectieve strategie. Als er kinderen in het spel zijn, dan wordt dit argument wel sterker omdat een gezinsleven in maatschappelijke opvang lastig is. Het College voor de Rechten van de Mens heeft veel kennis over het recht op huisvesting.
  • Gemeenten kunnen soms woongelden beschikbaar hebben vanuit de Wmo.

Tijdens het gesprek concludeert Catelijne dat huisuitzetting door anderen dan corporaties nog onderbelicht is. Denk aan de private sector, of constructies waarbij wonen en zorg samengaan. Collectieve belangenbehartiging voor ambulante huurders is hard nodig, denkt Catelijne. Ook liggen er kansen voor de inzet van ervaringsdeskundigen om individuele begeleiding te bieden bij (het voorkomen van) huisuitzetting. In Doetinchem is een pool met ervaringsdeskundigen uit de ggz actief, zo wordt aangegeven. Hun wens is om zich ook bij sociale dienst en huisuitzetting aan te sluiten.  

Catelijne roept iedereen op om op zowel individueel als collectief niveau te doen wat mogelijk is, ook in dialoog met andere partijen. Maak daarbij gebruik van de aanwezige kennis:

 

 

Stand van zaken Meerjarenagenda BW en MO en Werkplaats COMO

Door Werkplaats COMO, Edo Paardekooper Overman en Jenny de Jeu

Het Ministerie van VWS heeft in de ‘Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ de ambitie gesteld dat iedereen in Nederland de ruimte moet krijgen om zichzelf te kunnen ontwikkelen en op eigen wijze mee moet kunnen doen in de samenleving. Deze Meerjarenagenda is een ‘versnellingsplan’ en komt vooruit de Commissie ‘Toekomst Beschermd Wonen’. Vorig jaar heeft het Ministerie van VWS als coördinerend Ministerie een aantal regionale sessies georganiseerd. Tijdens de huidige regionale sessie wordt de agenda toegelicht waarbij diverse goede voorbeelden zijn ingebracht, ook door de aanwezige cliëntvertegenwoordigers.

In de Meerjarenagenda zijn acht thema’s benoemd die verschillende landelijke organisaties[1]  als trekker op zich nemen. Werkplaats COMO is als belangenbehartiger een van de deelnemende partijen. De Werkplaats voert concrete acties uit (zoals de organisatie van deze werksessies), of het ophalen van goede voorbeelden van belangenbehartiging en beleidsparticipatie (zoals Droom en Daad) en houdt de betrokken partijen scherp op het betrekken van cliënten(-vertegenwoordiging) in hun acties.

De agenda is vastgesteld in 2018 en de eerste resultaten zijn bemoedigend, zo vindt COMO. Voor de aanwezigen is het goed om te weten dat eind van het jaar iedere regio een plan gereed moet hebben. Werkplaats COMO roept iedereen op om in zijn of haar eigen regio in gesprek te gaan over de Meerjarenagenda. Hoe ver is jouw regio met het plan? Welke acties zijn geformuleerd? Ook kun je goede voorbeelden inbrengen ter inspiratie, bijvoorbeeld op de thema’s die vandaag worden besproken (voorkomen huisuitzetting, straatadvocatuur en onafhankelijke cliëntondersteuning).

Ook is er ZonMw financiering beschikbaar voor het versterken van lopende en nieuwe initiatieven die aansluiten bij de agenda. Dit kan ook een kans zijn voor cliëntorganisaties bijvoorbeeld.

De Werkplaats wordt graag geïnformeerd over de lokale en regionale voortgang en welke stappen gezet worden. En zet zich in om aanwezige kennis en goede voorbeelden te delen. Als je denkt dat COMO iets kan doen in jouw regio, laat het weten.

Binnen Sociale Raad staat thema schulden op de agenda. De toegankelijkheid van de buurtcentra wordt verhoogd ‘de vluchtheuvelfunctie’. Wat moet daar aanwezig zijn, specifiek voor mensen met oggz problematiek? Er is een rapport [info en adviezen via sociale raad].

 

Gesprek over straatadvocatuur en onafhankelijke cliëntondersteuning

Met Jochem Westert namens Bureau Straatjurist

Bureau Straatjurist is een ‘wanhoopsloket’ voor dak- en thuislozen in Amsterdam. Het bureau verzorgt zowel collectieve als individuele belangenbehartiging. Het oorspronkelijke idee was om als juristen zelf op de straat te gaan, maar dat is niet nodig: ca. 600 mensen per jaar dak- en thuislozen komen naar het bureau toe. En dat aantal neemt jaarlijks toe.

Bureau Straatjurist helpt mensen door hun rechten af te dwingen met bezwaar- en beroepsprocedures. De meeste hulpvragen gaan over de basisregistratie (briefadres) die nodig is om in aanmerking te komen voor een voorziening. Ook de toegang tot de maatschappelijke opvang is een groot probleem: ca. 60% van de dak- en thuislozen wordt afgewezen zonder formele beslissing. Ze worden weggestuurd op grond van gebrek aan regiobinding of op grond van het zelfredzaamheidsvereiste. Aan de keukentafel is dit een bijna automatisch afwijscriterium: als je geen overduidelijke verslaving of iets hebt, dan kom je niet verder. Ook de uitstroom de maatschappelijke opvang laat te wensen over.

Jochem vertelt dat het bureau ziet dat dak- en thuislozen steeds vaker bestraft worden. Voor bedelen, buitenslapen, wildplassen of drinken op straat. Terwijl mensen zich hiertoe genoodzaakt zien, omdat hen fundamentele rechten worden ontzegd.

Bureau Straatjurist wordt door de persoon met de hulpvraag gemachtigd om te procederen. Een individuele bezwaar- en beroepsprocedure heeft soms succes. De kosten van de bezwaarprocedure – met een eigen bijdrage van 45 euro – worden verrekend via het Juridisch Loket. De eigen bijdrage krijg je terug als je de procedure wint.

Collectieve belangenbehartiging

Soms gaat het meer om hoe mensen bejegend worden. Dan trekt het bureau op met de gemeentelijke Ombudsman, of gaat zelf het gesprek aan met de gemeente. De individuele problematiek wordt gebundeld – samen met Daklozenvakbond en MDHG – en kenbaar gemaakt bij de gemeente en bij het College voor de Rechten van de Mens. Zo is er een zwartboek gemaakt met gebundelde casuïstiek en aan de Tweede kamer aangeboden. De samenwerking tussen de Amsterdamse organisaties: Bureau Straatjurist, de Daklozenvakbond en MDHG wordt de komende tijd geïntensiveerd. De wens is om een daklozenloket te starten waar je terecht kunt voor cliëntondersteuning met al je hulpvragen. 

Als straatadvocaat maak je gebruik van verschillende strategieën. Bij schrijnende gevallen werkt een individuele procedure via de rechter vaak goed en is de discussie over regiobinding vaak wel te winnen. Het kan helpen om via media politieke aandacht te genereren voor een casus. De gemeenteraad is ook een belangrijk lokaal orgaan met veel zeggingsmacht.

Gespecialiseerde onafhankelijke cliëntondersteuners

Onafhankelijke cliëntondersteuning is in de Wmo vast gelegd: iedereen heeft recht op informatie en advies. In de praktijk wordt deze functie breed ingevuld, maar soms ook heel smal. Het is onduidelijk welke positie straatadvocatuur daarbij heeft. Wel wordt opgemerkt dat de kennis over psychische problemen bij onafhankelijke cliëntondersteuners vaak tekortschiet. Straatadvocaten vullen dit gat (deels) op, maar zijn maar op een paar plekken in het land actief. De Werkplaats wijst op het Manifest Straatadvocaat uit 2009 dat nog steeds actueel is. Landelijke dekking van goede, onafhankelijke cliëntondersteuners met de juiste expertise om dak- en thuislozen te kunnen ondersteunen, ontbreekt. In Leeuwarden is nu met financiering door ZonMw een start gemaakt. Maar als straatadvocaat heb je een stevige organisatie nodig om je werk goed te kunnen doen: het is lastig om te starten als je moet starten vanuit niets, niet kunt landen in een bestaande organisatie, en als randvoorwaarden om je werk te kunnen doen ontbreken. Er is dan ook veel behoefte aan collectivisering (een koepelorganisatie) en aan informatie. Bijvoorbeeld onderzoek naar de functie van straatadvocatuur (binnen onafhankelijke cliëntondersteuning): welk profiel en welke scholing is nodig?

Meer informatie over rechten en praktische tips zijn te vinden op www.straatjurist.nl. Lees vooral ook het informatieve jaarverslag. En bekijk het Manifest Straatadvocaat en de actuele oplegger door Werkplaats COMO.

 

Afronding

De sessie was een waardevolle ontmoeting en kennisdeling, zo vinden alle aanwezigen. Wil je weten welke cliënten- en familieorganisaties in jouw regio actief zijn, dan kun je de digitale MIND Atlas bekijken. Iedereen wordt bedankt voor de waardevolle bijdrage. Donderdag 20 juni 2019 vindt een tweede werksessie plaats (in Haarlem).

Noot:

[1] VNG, Aedes, zorgverzekeraars, MIND, etc.

 

 

Verslag Werksessie Werkplaats COMO over beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Locatie: De Pletterij Haarlem

Datum: 20 juni 2019

Onder leiding van dagvoorzitter Sylvia Mac Gullavry (Stichting Straatadvocaat Leeuwarden/ Stichting Werkplaats COMO) vond op maandag 17 juni 2019 een werksessie plaats, georganiseerd door Werkplaats COMO (Cliënten Organisaties Maatschappelijke Opvang).

Een gezelschap van ca. 12 deelnemers uit Doetinchem, Deventer, Leeuwarden, Zwolle en Zeeland, allen directbetrokkenen bij de maatschappelijke opvang en/of beschermd wonen, waarvan sommigen als ervaringsdeskundige, ging met elkaar in gesprek over de ‘Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang’: over het voorkomen van huisuitzettingen en over straatadvocatuur en onafhankelijke cliëntondersteuning.

Gesprek over aanpak voorkomen huisuitzettingen

met Catelijne Akkermans – Eropaf!

De werksessie start met een gesprek over de aanpak om huisuitzettingen te voorkomen.  Catelijne van Stichting Eropaf! is als onafhankelijk onderzoeker al een aantal jaren bezig met dit thema. Vijf jaar geleden een schreef ze samen met Marc Räkers in 2018 de Handreiking Voorkomen Huisuitzettingen, deze is onlangs herzien.  Kern van haar betoog: we willen huisuitzettingen voorkomen want het leidt alleen maar tot meer ellende. Afgelopen maandag, tijdens de eerste werksessie over beschermd wonen en maatschappelijke opvang in Zwolle, kwam naar voren dat het probleem nog breder is dan ze dacht. Ook mensen die in een beschermde woonomgeving zitten, of in particuliere verhuur lopen risico op huiszitting. In een beschermde woonomgeving ben je vaak afhankelijk: een deel van je inkomen wordt achtergehouden om de huur te betalen. De huurlasten zijn dan wel de verantwoordelijkheid van de zorginstelling, maar de schuld is persoonsgebonden en loopt bij het CAK[1]. Daarnaast blijft veel problematiek onder de radar, doordat mensen na een huisuitzetting naar creatieve oplossingen zoeken. Bijvoorbeeld door op de bank te slapen bij anderen.

In het land komt langzaam een omslag in het denken over huisuitzetting.  Het wordt niet langer als een ‘oplossing’ gezien, maar als een inefficiënt middel dat (meer) problemen creëert. Een huisuitzetting is vaak het einde van een proces dat start met een betalingsachterstand en geldproblemen. Huur is een van de laatste posten die mensen niet meer betalen. Het is echter zelden een op zichzelf staand probleem.  Als iemand de huur niet kan betalen, dan speelt er vaak meer. Bij langlopende financiële problemen, zijn er (bijna) altijd psychische problemen die ‘meereizen’.

Voorbeeld van effectieve aanpak voorkomen huisuitzetting

Tegenwoordig heeft een aantal gemeenten een effectief protocol om huisuitzetting te voorkomen. Zo heeft Utrecht heeft een protocol dat gericht is op vroegsignalering bij betalingsachterstand voor huur, water en energie. Amsterdam heeft een vergelijkbaar effectief convenant en ook in Haarlem gaat het redelijk goed. Een goede aanpak start bij de woningcorporatie. Corporaties in Utrecht moeten 2 maanden huurachterstand in de 3e maand melden bij de gemeente en contact zoeken met de huurder die het betreft. Dan komt er een team bij elkaar om afspraken te maken en uitzetting te voorkomen. In Utrecht vinden dan ook weinig uitzettingen plaats. De uitzettingen die wel plaatsvinden zijn vaak in combinatie met overlast. Als er enkel financiële problemen spelen, dan is dit simpel op te lossen door het stabiliseren van de financiële situatie, zo is de ervaring. Bijvoorbeeld door budgetbeheer. Als uitzetting dreigt krijgt de huurder een gesprek met het buurtteam, dienst Werk & Inkomen en het crisisteam. In dit gesprek wordt al snel duidelijk gemaakt dat de uitzetting niet uitgevoerd wordt, als de huurder meewerkt aan de gestelde voorwaarden. Die zekerheid haalt de stress weg en geeft de huurder hoop en ruimte om in te stemmen met budgetbeheer. Een gestelde voorwaarde is bijvoorbeeld dat alle vaste lasten worden betaald door derden en dat er weekgeld wordt vastgesteld om van te leven.

Als een huisuitzetting dreigt, heeft Catelijne wat tips:

  • Als er een vonnis komt: ga mee naar de zitting, zorg dat je bij de zitting aanwezig bent.
  • Weet dat als er een vonnis is, het niet altijd zo is dat een uitzetting doorgaat. 75% wordt niet uitgevoerd; het is meer een stok achter de deur. Utrecht heeft bijvoorbeeld een tweede kansbeleid: het vonnis is niet zo bedoeld en kost ook geld.
  • Als je een schuld betaalt, dan wil dat niet zeggen dat je niet alsnog kunt worden uitgezet. Lees daarom goed de voorwaarden van het vonnis.
  • Vaak helpt het als mensen starten met een kleine afbetalingsregeling. Een betalingsregeling kun je zelf tot stand brengen (hoeft niet geformaliseerd) en werkt vaak in je voordeel bij de rechter.
  • De woningbouw schakelt de deurwaarder in: je moet dus de corporatie aanspreken (niet de deurwaarder).
  • In individuele situaties werken morele argumenten vaak beter dan economische argumenten.

Hoe krijg je gemeenten en corporaties zo ver dat ze nul huisuitzettingen nastreven? Troeven om dit te bereiken zijn:

  • Er zijn al enkele woningcorporaties (in Arnhem en Heerhugowaard) die stellen: ‘we doen geen huisuitzettingen meer’. Daarmee kun je in je eigen regio een voorbeeld stellen voor andere corporaties.
  • Sommige gemeenten zijn gevoelig voor financiële argumenten. In de maatschappelijke prijslijst staat wat een huisuitzetting (jaarlijks) kost.
  • De meeste corporaties hebben een convenant of samenwerkingsovereenkomst met de gemeente. Staan er afspraken in over outreachend werken bij huurachterstand? Dat kun je bespreken.
  • Het vertellen van verhalen is belangrijk. Het ontbreekt aan een ‘smoel’ op dit thema: verhalen mensen die een huisuitzetting hebben meegemaakt tonen hoe weerbarstig en ingewikkeld de werkelijkheid is en laten zien dat het systematisch mis gaat.
  • Feitelijke informatie verzamelen voor gemeenteraden. Zij kunnen het onderwerp op de agenda zetten door moties en vragen in te dienen.
  • Speel corporaties ook niet altijd de zwarte piet toe; een wijkteam heeft ook een rol in vroegsignalering.

Weinig aandacht voor emotionele schade

Emotionele schade bij een huisuitzetting blijft vaak onderbelicht. Je raakt niet alleen je huis, maar ook al je spullen kwijt. Wat betekent het als je fotoalbums en spullen worden vernietigd? De ontworteling van een verplaatsing naar een andere wijk? Het emotionele aspect zou meer aandacht moeten krijgen. Schuldhulpverlening alleen is niet voldoende. Ook voor dit trauma is eigenlijk begeleiding nodig. Dat is vooralsnog een gat in de hulpverlening.

Daarnaast wordt opgemerkt:

  • Er is gêne bij mensen om hun problemen kenbaar te maken bij de juiste instanties. En mensen weten niet altijd waar ze terecht kunnen.
  • Er zijn partijen die verdienen aan een huisuitzetting. Dat maakt het lastig om uitzettingen tegen te gaan. Woningbouwverenigingen hebben belang bij het uitzetten van sociale huurders door het tekort en door de verkoop van sociale huurwoningen. Een corporatie kan bij huurachterstand makkelijker overgaan tot uitzetten dan bij overlast.
  • In eigen huis blijven is niet altijd zaligmakend. Soms is een bewoner beter af op een andere plek.
  • Veel corporaties stellen bewindvoering als voorwaarde voor het opschorten vonnis. Het biedt zekerheid aan de corporaties dat ze de huur kunnen innen. Bewindvoering kan een oplossing zijn, maar wel is de afweging nodig of het echt nodig is. Dat is altijd maatwerk.
  • Er moet perspectief en hoop worden geboden aan degene die het betreft. Zodat het vertrouwen terug kan komen dat iemand het weer aankan. Een tijdelijke maatregel zoals een omklapwoning of bewindvoering kan daaraan bijdragen.
  • Bij een deel van de huurders speelt ggz-problematiek. Zij staan op de wachtlijst voor beschermd wonen, maar er is geen plek nog. Hoe ga je er mee om als er wel een huisuitzetting op de rol staat? In principe zou in zo’n geval de ambulante hulpverlening geïntensiveerd moeten worden. De uitzetting kan zelfs veroorzaakt worden door gebrek aan ambulante hulpverlening en de wachtlijsten voor zorg (en overlast als gevolg daarvan). Als het zo is dat iemand een indicatie heeft en je weet dat zorg nodig is, dan zou iemand niet uitgezet moeten kunnen worden. Dit is niet vastgelegd, wel kun je dan rechtshulp inschakelen. Bij gegronde redenen kan de uitzetting worden opgeschort.
  • Knelpunten in de keten – wachtlijsten voor instroom BW, voor uitstroom naar sociale huurwoningen uit BW of MO etc. – maken het plaatje complex. Alles hangt samen. Mensen vallen tussen wal en schip, zitten soms járen in de maatschappelijke opvang hierdoor. Als ook mensen met ggz-problematiek in MO terecht komen, dan wordt de verstopping alleen maar groter.

Vervolg

Het gesprek biedt inspiratie. Geopperd wordt dat (een zwartboek met) een bundeling van alle informatie zoals voorhanden, de schaamte bij mensen om hun problemen kenbaar te maken, kan verminderen. Ook kan dit bijdragen aan het terugbrengen van het aantal huisuitzettingen.  Informatie, kennis en hoop zijn daarin sleutelwoorden. Er is veel enthousiasme bij COMO om dit op te pakken.  Ook Catelijne wil graag een vervolg geven aan dat wat ter tafel is gekomen.  Voor vragen of opmerkingen, neem contact op via info@eropaf.nl.  Binnenkort vindt, in het kader van de Meerjarenagenda, een sessie plaats over het thema voorkomen huisuitzetting.

Oproep aan allen is om op individueel als collectief niveau te doen wat kan, ook in dialoog met andere partijen. Maak daarbij gebruik van de aanwezige kennis:

 

 

Stand van zaken Meerjarenagenda BW en MO en Werkplaats COMO

Door Werkplaats COMO, Edo Paardekooper Overman en  Jenny de Jeu

Het Ministerie van VWS heeft in de ‘Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ de ambitie gesteld dat iedereen in Nederland de ruimte moet krijgen om zichzelf te kunnen ontwikkelen en op eigen wijze mee te kunnen doen in de samenleving. Deze Meerjarenagenda is een ‘versnellingsplan’ en komt vooruit de Commissie ‘Toekomst Beschermd Wonen’. Vorig jaar heeft het Ministerie van VWS als coördinerend Ministerie een aantal regionale sessies georganiseerd. Tijdens deze regionale sessie is de agenda toegelicht waarbij goede voorbeelden zijn ingebracht, ook door de aanwezige cliëntvertegenwoordigers.

In de Meerjarenagenda zijn acht thema’s benoemd die verschillende landelijke organisaties[2]  als trekker op zich nemen. Werkplaats COMO is als belangenbehartiger een van de deelnemende partijen. De Werkplaats voert concrete acties uit (zoals de organisatie van deze werksessies, of het ophalen van goede voorbeelden van belangenbehartiging en beleidsparticipatie en houdt de betrokken partijen scherp op  het betrekken van cliënten(-vertegenwoordiging) in hun acties.

De agenda is in 2018 vastgesteld en de eerste resultaten zijn bemoedigend, zo vindt COMO. Voor de aanwezigen is het goed om te weten dat eind van het jaar in iedere regio een plan gereed moet zijn. Werkplaats COMO roept iedereen op om in zijn of haar eigen regio in gesprek te gaan over de Meerjarenagenda. Hoe ver is jouw regio met het plan? Welke acties zijn geformuleerd? Ook kun je goede voorbeelden inbrengen ter inspiratie, bijvoorbeeld op de thema’s die vandaag worden besproken (voorkomen huisuitzetting, straatadvocatuur en onafhankelijke cliëntondersteuning).

Ook is er ZonMw financiering beschikbaar voor het versterken van lopende en nieuwe initiatieven die aansluiten bij de agenda. Dit kan ook een kans zijn voor cliëntorganisaties bijvoorbeeld.

De Werkplaats wordt graag geïnformeerd over de lokale en regionale voortgang en welke stappen gezet worden. En zet zich in om aanwezige kennis en goede voorbeelden te delen. Als je denkt dat COMO iets kan doen in jouw regio, laat het weten.

In reacties hierop wordt aangegeven:

  • Er is veel expertise onder de aanwezigen over het thema kwaliteit van zorg. Daar ligt een rol voor allen:
    • Eerder verscheen het Rapport ‘De keten is zoek’ over de nachtopvang in Den Haag. De opvang is inmiddels herzien, omdat mensen er slechter uitkwamen dan dat ze er in gingen. Op dit moment worden in een aantal steden interviews gehouden om vanuit betrokken omgeving en ervaringskennis, op te halen wat er is gebeurd sinds het advies van de commissie Dannenberg (COMO is hierbij betrokken).
    • Utrecht heeft recent grote wisseling gehad in aanbieder(s) van opvang. Sindsdien is er elke 2,5 maand een structureel overleg met wethouder, beleidsambtenaren en andere partijen om te kijken wat deze wisseling teweegbrengt. De belangenbehartiger van cliënten Utrecht heeft een zware stem in dit overleg. Juist omdat niet alle kwaliteitseisen in een overeenkomst met een aanbieder kunnen worden vastgelegd.
  • Getipt wordt dat de LSA – het landelijke steunpunt actieve bewoners – eveneens (startende, lokale) initiatieven kan ondersteunen met kennis en kunde.
  • Een heet hangijzer is de GBA in geval van passantenpensions (hier geldt een verblijf van max. 8 maanden) en passantenhotel. Recent heeft een rechter uitspraak gedaan. “Als je kan inschrijven, dan heb je recht op een huursubsidie. Ze hadden recht omdat ze ingeschreven stonden op bw. In andere woningen mág je niet inschrijven op adres. Dan alleen bij gemeente, postadres. Zo gedaan omdat je anders een rechtspraak kunt aanspannen en huurcontract moeten hebben.

 

Gesprek over straatadvocatuur en onafhankelijke clientondersteuning

Met Tessa en Willemijn van Bureau Straatjurist en Jaouad Essaoui

Aan het woord zijn twee straatadvocaten van Bureau Straatjurist in Amsterdam, daarna is het woord aan Jaouad Essaoui straatadvocaat uit Gouda. Hun aanpak verschilt onderling sterk zoals zal blijken, omdat iedereen het vanuit zijn of haar eigen achtergrond doet. Een straatadvocaat is ook niet (per definitie) een advocaat: het is een belangenbehartiger (van het Engelse ‘to advocate’). Het is iemand die de stem van de klant vormt en hen ondersteunt. Uit de twee voorbeelden wordt duidelijk dat de kunst van het vak is om goed te kunnen schakelen tussen twee werelden: kunnen aansluiten en levellen bij: de overheid en instanties en bij dak- en thuislozen. Daarbij maakt het niet uit waar het zwaartepunt ligt, de kunst is om met alle partijen voldoende mee te gaan.

Over bureau Straatjurist

Bureau Straatjurist is een ‘wanhoopsloket’ voor dak- en thuislozen in Amsterdam. Het bureau verzorgt zowel collectieve als individuele belangenbehartiging. Het oorspronkelijke idee was om als juristen zelf op de straat te gaan, maar dat is niet nodig: ca. 600 mensen per jaar dak- en thuislozen komen naar het bureau toe. En dat aantal neemt jaarlijks toe.

Tessa en Willemijn hebben een achtergrond als jurist en helpen mensen hun rechten af te dwingen met bezwaar- en beroepsprocedures. Vragen die zij krijgen gaan over opvang, uitkering, briefadres, huisuitzetting, boetes voor buiten slapen, klachten over kwaliteit van zorg. De meeste hulpvragen gaan over de basisregistratie (briefadres) die nodig is om in aanmerking te komen voor een voorziening. Je kunt in Amsterdam op een paar plekken een briefadres aanvragen, maar iedere organisatie heeft zijn eigen regels. Er is nu gelukkig een pilot gestart waarin al die organisaties gaan samenwerken.

Ook de toegang tot de maatschappelijke opvang is een groot probleem. Ca. 60% van de dak- en thuislozen wordt afgewezen zonder formele beslissing. Ze worden weggestuurd door gebrek aan regiobinding of op grond van het zelfredzaamheidsvereiste. Aan de keukentafel is dit een bijna automatisch afwijscriterium: als je geen overduidelijke verslaving of iets hebt, dan kom je niet verder. Ook de uitstroom naar de maatschappelijke opvang laat te wensen over. Soms melden gezinnen zich: dan is er voor de kinderen wel opvang, maar niet voor een gezin als geheel. De GGD handelt dan tegen de wet in, want een gezin mag niet uit elkaar worden gehaald door dakloosheid. Als Bureau Straatjurist hier op wijst, komt de GGD vaak op hun eerdere beslissing terug en wordt het gezin alsnog opgevangen. Het bureau geeft het signaal bovendien door aan de gemeente dat medewerkers dingen zeggen die niet mogen.

De doelgroep weet het bureau te vinden door folders bij madi’s en inloophuizen. Vragen komen binnen via app en mail. Hoe je de cliënt het beste dient is per zaak verschillend. Soms is een rechtsgang nodig. Maar op individueel niveau geeft een rechtszaak lang niet altijd het beste resultaat.  Tegen veel zaken zijn geen processen te voeren, omdat het geen afdwingbaar recht is. Leuren bij een organisatie levert dan meer op.

Bureau Straatjurist doet veel zaken zelf, gaat mee naar zittingen en werkt intensief samen met advocaten. Als er bepaalde zaken veel voorkomen, dan kijken ze of ze collectief kunnen procederen met advocaat. En er is veel contact met de gemeente om te agenderen wat nodig is.

Een ervaringsdeskundige straatadvocaat

Jaouad Essaoui is nu twee jaar straatadvocaat in Gouda. Hij is ervaringsdeskundige, heeft een justitieel en drugsverleden. Hij is zijn werk begonnen als voorlichter op scholen en zodoende langzaam bekend geworden in Gouda. Na een tijdje is hij meer de straat opgegaan om zichtbaar te zijn. Tegenwoordig weten mensen hem te vinden als ze een postadres, woning of uitkering nodig hebben. Soms wordt hij gebeld door gevangenen die bijna vrijgelaten worden om samen een plan te maken. Of door organisaties, met de vraag om te bemiddelen. Hij onderhoudt veel contact met de woningcorporaties, anti-kraakorganisaties en zorgt voor een nuttig netwerk: “Om iets voor elkaar te krijgen, moet je investeren. Ik drink ‘s morgens een bakkie bij de conciërge, ga naar de wijkagent, de bibliotheek, het winkelcentrum, de kapper of de shoarmatent. En ik praat de taal van de jongens op straat.”  Zijn tip hierbij: je moet altijd eerlijk zijn, ook als de boodschap is: het gaat je niet lukken. Hij doet alles op de fiets in Gouda, is niet herkenbaar aan een hesje, maar deelt wel zijn visitekaartje uit. Rechtszaken doet hij niet, wel gaat hij mee naar met jongeren naar organisaties, of naar een gesprek op school. Een juridische achtergrond heeft hij niet, maar door zich goed voor te bereiden, wordt hij altijd serieus genomen. Zijn geloofwaardigheid komt voort uit het feit dat hij iedere dag op straat is. En door zijn verbondenheid met Kernkracht, een regionale cliëntenorganisatie, kunnen de individuele signalen die hij oppikt meegenomen worden in belangenbehartiging.

Het belang van straatadvocaten

 Het onderwerp maakt veel reacties los onder de aanwezigen. Als burger heb je direct een boete te pakken als je je niet aan de regels houdt, terwijl medewerkers van gemeenten en instanties als het daklozenloket zich ‘ongestraft’ schuldig kunnen maken aan dingen die wettelijk niet mogen. Bijvoorbeeld: een briefadres wordt geweigerd, het daklozenloket stuurt je weg zonder formeel besluit waardoor je niet kunt in beroep kunt gaan of bezwaar kunt aantekenen. Maar als er een straatadvocaat meegaat, kan er ineens wel van alles. Waarom krijgt onze doelgroep dat niet voor elkaar? Eén van de aanwezigen zegt:

 “We wijzen onze doelgroep dagelijks erop dat ze in de pas moet lopen. Terwijl hun rechten zo vaak worden geschonden. Ik zie het dagelijks gebeuren; een schorsing is zo opgelegd. En als de gemeente iets doet wat niet mag, komt ze er mee weg. Je kunt de gemeente aanspreken op haar zorgplicht. Maar onze doelgroep heeft geen vlees meer op de botten, heeft geen adem meer om te procederen tegen een overheid die willens en wetens de wet overtreedt. Een organisatie kan procederen, een individu niet. Zeker de zwaksten van de samenleving niet.”

Welke middelen heb je als belangenbehartiger om hier tegenin te gaan? Er worden wat praktische tips uitgewisseld: zorg voor een formeel besluit, maak een goed dossier, doorgaan (want ze hopen dat je opgeeft) en sta op een schriftelijk afwijzing met de aantekening dat er mogelijkheid is tot bezwaar en hoe je dat kunt doen. Daarnaast is het des te belangrijker dat er straatadvocaten zijn, die de doelgroep bij kunnen staan.

Gespecialiseerde onafhankelijke cliëntondersteuners

Onafhankelijke cliëntondersteuning is in de Wmo vastgelegd: iedereen heeft recht op informatie en advies. In de praktijk wordt deze functie breed ingevuld, maar soms ook heel smal; het is onduidelijk welke positie straatadvocatuur daarbij heeft. De kennis over psychische problemen bij onafhankelijke cliëntondersteuners schiet vaak tekort. Straatadvocaten vullen dit gat (deels) op, maar zijn maar op een paar plekken in het land actief. De Werkplaats wijst op het Manifest Straatadvocaat uit 2009 dat nog steeds actueel is. Landelijke dekking van goede, onafhankelijke cliëntondersteuners met de juiste expertise om dak- en thuislozen te kunnen ondersteunen, ontbreekt. Terwijl de verhalen, zoals vanmiddag gedeeld, aantonen dat deze inzet hard nodig is. Laten we kijken of we samen een vuist kunnen maken voor deze doelgroep.  

Meer informatie over rechten en praktische tips zijn te vinden op www.straatjurist.nl. Lees vooral ook het informatieve jaarverslag.

Afronding

De sessie was een waardevolle ontmoeting en kennisdeling. Iedereen wordt bedankt voor de waardevolle bijdrage.

Wil je weten welke cliënten- en familieorganisaties in jouw regio actief zijn? Bekijk dan de digitale  MIND Atlas.

Noten:

[1] Centraal Administratie Kantoor

[2] VNG, Aedes, zorgverzekeraars, MIND, etc.

 

Volg ons:
© Stichting Eropaf! 2017