Verslag Werksessie Werkplaats COMO over beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Regionale sessies Stichting Werkplaats COMO in Zwolle en Haarlem juni 2019:


Thema’s: Voorkomen huisuitzettingen, straatadvocatuur/onafhankelijke cliëntondersteuning en bijpraten over de Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang.


Juni 2019 hield Werkplaats COMO een tweetal regionale sessies in het kader van de Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De bijeenkomsten werden gehouden in Zwolle (17 juni) en Haarlem (20 juni). Dit verslag is een weergave van de opbrengst van beide bijeenkomsten tezamen.

De bijeenkomsten werden gehouden bij sociaal maatschappelijke initiatieven/locaties. Op beide locaties werden we warm ontvangen en werd een inleiding verzorgd over de activiteiten en werkwijze. Meer informatie vind je hier: Stichting Focus Zwolle en de Pletterij in Haarlem alwaar ook Stichting Informatie SteunPunt (ISP) gevestigd is.

Aanwezigen:
Aanwezig waren mensen uit het hele land. Deelnemers van Werkplaats COMO, ook andere mensen waren welkom. Ervaringsdeskundigen, mensen met cliëntervaring en vertegenwoordigers van cliëntenorganisaties, straatadvocaten en onafhankelijk cliëntondersteuners uit: Middelburg, Bloemendaal, Leeuwarden, Leiden, Doetinchem, Amsterdam, Zwolle, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Haarlem, Deventer, Gouda, Utrecht en Rotterdam.

Welkom door dagvoorzitter Sylvia Mac Gillavry (Werkplaats COMO en Stichting straatadvocaat Leeuwarden).


Thema voorkomen huisuitzettingen

Door Catelijne Akkermans van Eropaf!

Catelijne Akkermans van Stichting Eropaf! gaat met de aanwezigen in gesprek over het voorkomen van huisuitzettingen. Catelijne is als onafhankelijk onderzoeker al een aantal jaren bezig met dit thema. Vijf jaar geleden een schreef ze samen met Marc Räkers (ook van Eropaf!) de Handreiking Voorkomen Huisuitzettingen, deze is onlangs herzien.

Kern van haar betoog: we willen huisuitzettingen voorkomen want het leidt alleen maar tot meer ellende. Het is een complex thema, onder meer doordat de kosten en baten bij verschillende partijen terechtkomen. Een huisuitzetting is niet altijd door eigen schuld. Je kunt eenvoudig in grote problemen komen door het systeem en er is weinig ruimte voor het verhaal van de huurder. Zo vertelt een van de aanwezig ervaringsdeskundigen dat hij – om op zichzelf te kunnen gaan wonen in een sociale huurwoning vanuit beschermd wonen -, flink wat spaargeld moest hebben om de borg en eerste maand huur te kunnen betalen. Terwijl je pas bijstand kunt aanvragen als je op jezelf woont; een uitkering ontvang je pas weken later. Dat kan voor veel mensen al een valse start zijn. Probleem komen niet altijd aan het licht, doordat mensen na een huisuitzetting naar creatieve oplossingen zoeken. Bijvoorbeeld door op de bank te slapen bij anderen. Een huisuitzetting is vaak het einde van een proces dat start met een betalingsachterstand, en geldproblemen. Huur is één van de laatste posten die mensen niet meer betalen. Het is echter zelden op zichzelf staand probleem. Als iemand de huur niet kan betalen, dan speelt er vaak meer. Bij langlopende financiële problemen, zijn er (bijna) altijd psychische problemen die ‘meereizen’.

Catelijne vertelt dat om huisuitzetting te voorkomen, het nodig is om te schakelen op verschillende niveaus: op het niveau van het individu of gezin, maar ook op het niveau van beleid. In het land komt langzaam een omslag in het denken over huisuitzetting. Het wordt niet langer als een ‘oplossing’ gezien, maar als een inefficiënt middel dat meer problemen creëert. Ze heeft samen met Marc Räkers (ook van Eropaf!) in 2018 de Handreiking Voorkomen Huisuitzettingen herzien.

De handreiking focust op huisuitzetting door woningcorporaties, en geeft veel goede voorbeelden en tips. De aanwezigen krijgen allen de handreiking mee. Digitaal is de handreiking ook in te zien, cliëntenorganisaties kunnen deze handreiking ook verspreiden. Een deel van de kennis deelt ze tijdens de sessies.


Voorbeeld van effectieve aanpak voorkomen huisuitzetting:
Tegenwoordig heeft een aantal gemeenten een effectief protocol om huisuitzetting te voorkomen. Zo heeft Utrecht heeft een protocol gericht op vroegsignalering bij betalingsachterstand voor huur, water en energie. Amsterdam heeft een vergelijkbare effectief convenant en ook in Haarlem gaat het redelijk goed. Een goede aanpak start bij de woningcorporatie. De corporaties in Utrecht moeten 2 maanden huurachterstand in de 3e maand melden bij de gemeente en contact zoeken met de huurder die het betreft. Dan komt er een team bij elkaar om afspraken te maken en uitzetting te voorkomen. In Utrecht vinden dan ook weinig uitzettingen plaats. De uitzettingen die wel plaatsvinden betreffen een combinatie met overlast. Als er enkel financiële problemen spelen, dan is dit simpel op te lossen door het stabiliseren van de financiële situatie zo is de ervaring. Bijvoorbeeld door budgetbeheer. De huurder krijgt een gesprek met het buurtteam, werk&inkomen en het crisisteam als uitzetting dreigt. In dit gesprek wordt al snel duidelijk gemaakt dat de uitzetting niet komt, als de huurder meewerkt aan de gestelde voorwaarden. Die zekerheid haalt de stress weg en geeft de huurder hoop en ruimte om in te stemmen met budgetbeheer. Een gestelde voorwaarde is bijvoorbeeld dat alle vaste lasten worden betaald door derden en er weekgeld wordt vastgesteld om van te leven.

Tips om huisuitzettingen te voorkomen: (vanuit de expertise van Catelijne, aangevuld met de aanwezige ervaringskennis)

Op het niveau van beleid: Hoe krijg je gemeenten en corporaties zo ver dat ze 0 huisuitzettingen nastreven?

• Er zijn al enkele woningcorporaties in Arnhem en Heerhugowaard die stellen ‘we doen geen huisuitzettingen meer’. Daarmee kun je in je eigen regio een voorbeeld stellen voor andere corporaties.
• Sommige gemeenten zijn gevoelig voor financiële argumenten. In de maatschappelijke prijslijst staat wat een huisuitzetting (jaarlijks) kost.
• De meeste corporaties hebben een convenant of samenwerkingsovereenkomst met de gemeente. Staan er afspraken over outreachend werken bij huurachterstand in? Dat kun je bespreken.
• Het vertellen van verhalen is belangrijk. Het ontbreekt aan een ‘smoel’ op dit thema: verhalen mensen die een huisuitzetting hebben meegemaakt tonen hoe weerbarstig en ingewikkeld de werkelijkheid is en laten zien dat het systematisch mis gaat.
• Feitelijke informatie verzamelen voor gemeenteraden. Zij kunnen het onderwerp op de agenda zetten door moties en vragen in te dienen.
• Speel corporaties ook niet altijd de zwarte piet toe; een wijkteam heeft ook een rol in vroeg signalering.

Op niveau van het individu:
• Gezond verstand is nodig, maar ook pragmatisch en slim zijn. Een beroep doen op het recht op huisvesting is niet de beste of meest effectieve strategie. Als er kinderen in het spel zijn, dan wordt dit argument wel sterker omdat een gezinsleven in maatschappelijke opvang lastig is. Het College voor de Rechten van de Mens heeft veel kennis over het recht op huisvesting.
• Gemeenten kunnen woongelden beschikbaar hebben vanuit de Wmo.
• Als er een vonnis komt: ga mee naar de zitting, zorg dat je bij de zitting bent.
• Weet dat als er een vonnis is, het niet altijd zo is dat een uitzetting doorgaat. 75% wordt niet uitgevoerd; het is meer een stok achter de deur. Utrecht heeft
bijvoorbeeld een tweede kans –beleid: het vonnis is niet zo bedoeld en kost ook geld.
• Als je een schuld betaalt, dan wil dat niet zeggen dat je niet alsnog kunt worden uitgezet. Lees daarom goed de voorwaarden van het vonnis.
• Vaak helpt het als mensen starten een kleine betalingsregeling. Een betalingsregeling kun je zelf tot stand brengen (hoeft niet geformaliseerd) en werkt vaak in je voordeel bij de rechter.
• De woningbouw schakelt de deurwaarder in: je moet dus de corporatie aanspreken (niet de deurwaarder).
• In individuele situaties werken morele argumenten vaak beter dan economische argumenten.
• Er is geen initiatief bij mensen om hun problemen kenbaar te maken bij de juiste instanties. En mensen weten niet altijd waar ze terecht kunnen.
• In eigen huis blijven is niet altijd zaligmakend. Soms is een bewoner beter af op een andere plek.
• Veel corporaties stellen bewind voering als voorwaarde voor het opschorten vonnis. Het is een zekerheid voor corporaties dat ze de huur kunnen innen. Bewind voering kan een oplossing zijn, maar wel is de afweging nodig of het echt nodig is. Dat is altijd maatwerk.
• Er moet perspectief en hoop worden geboden aan degene die het betreft. Zodat het vertrouwen terug kan komen dat iemand het weer aankan. Een tijdelijke maatregel zoals een omklapwoning of bewind voering kan daaraan bijdragen.
• Bij een deel van de huurders speelt ggz-problematiek. Zij staan op de wachtlijst voor beschermd wonen, maar er is nog geen plek. Hoe ga je er mee om als er wel een huisuitzetting op de rol staat? In principe zou de ambulante hulpverlening geïntensiveerd moeten worden. De uitzetting kan zelfs veroorzaakt worden door gebrek aan ambulante hulpverlening en de wachtlijsten voor zorg (en overlast als gevolg daarvan). Als het zo is dat iemand een indicatie heeft en je weet dat zorg nodig is, dan zou iemand niet uitgezet moeten kunnen worden. Dit is niet vastgelegd, wel kun je dan rechtshulp inschakelen. Bij gegronde redenen kan de uitzetting worden opgeschort.

Weinig aandacht voor emotionele schade
Emotionele schade bij een huisuitzetting blijft vaak onderbelicht. Je raakt niet alleen je huis, maar ook al je spullen kwijt. Wat betekent het als je fotoalbums en voor jou belangrijke spullen worden vernietigd? De ontworteling van een verplaatsing naar een andere wijk? Het emotionele aspect moet meer aandacht krijgen. Schuldhulpverlening alleen is niet voldoende. Ook in het trauma is begeleiding nodig. Dat is vooralsnog een gat in de hulpverlening.

Daarnaast wordt opgemerkt:
• Er zijn partijen die verdienen aan een huisuitzetting. Dat maakt het lastig om uitzettingen tegen te gaan. Woningbouwverenigingen hebben belang bij het uitzetten van sociale huurders door het tekort en door de verkoop van sociale huurwoningen. Een corporatie kan bij huurachterstand makkelijker overgaan tot uitzetten dan bij overlast.
• Knelpunten in de keten – wachtlijsten voor instroom BW, voor uitstroom naar sociale huurwoningen uit BW of MO etc. – maken het plaatje complex. Alles hangt samen. Mensen vallen tussen wal en schip, zitten soms járen in de maatschappelijke opvang hierdoor. Als ook mensen met ggz-problematiek in MO terecht komen, dan wordt verstopping alleen maar groter.

Tijdens het gesprek concludeert Catelijne dat huisuitzetting door anderen dan corporaties nog onderbelicht is. Denk aan de private sector, of constructies waarbij wonen en zorg samengaan. Collectieve belangenbehartiging voor ambulante huurders is hard nodig, denkt Catelijne. Ook liggen er kansen voor de inzet van ervaringsdeskundigen in individuele begeleiding bij (het voorkomen van) huisuitzetting. In Doetinchem is een pool met ervaringsdeskundigen ggz actief, zo wordt aangegeven. Hun wens is om ook bij sociale dienst en huisuitzetting aan te sluiten.

Oproep aan allen is om op individueel als collectief niveau te doen wat kan, ook in dialoog met andere partijen. Maak daarbij gebruik van de aanwezige kennis:
• Bekijk de Handreiking voorkomen huisuitzettingen (de handreiking mag (online) gedeeld worden).
• Lees meer op www.eropaf.nl of www.huisuitzettingen.nl.
• Bekijk het geschreven verslag, of een (kort) filmpje van de Eropaf-bijeenkomst ‘naar nul huisuitzettingen’ in Amsterdam .

Vervolg
Het gesprek biedt inspiratie. Geopperd wordt dat (een zwartboek met) een bundeling van alle informatie zoals voorhanden, de schaamte bij mensen om hun problemen kenbaar te maken kan verminderen. Ook kan dit bijdragen aan het terugbrengen van het aantal huisuitzettingen. Informatie, kennis en hoop zijn daarin sleutelwoorden. Er is veel enthousiasme bij COMO om dit op te pakken. Ook Catelijne wil graag een vervolg geven aan dat wat ter tafel is gekomen . Voor vragen of opmerkingen, neem contact op via info@eropaf.nl. Werkplaats COMo organiseert in het kader van de Meerjarenagenda ook een themasessie over het thema voorkomen huisuitzettingen.

Stand van zaken Meerjarenagenda BW en MO en Werkplaats COMO

Door Werkplaats COMO, Edo Paardekooper Overman en Jenny de Jeu


Het ministerie van VWS heeft in de ‘Meerjarenagenda beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ de ambitie gesteld dat iedereen in Nederland de ruimte moet krijgen om zichzelf te kunnen ontwikkelen en op eigen wijze mee te kunnen doen in de samenleving (sociale inclusie). Deze Meerjarenagenda is een ‘versnellingsplan’ en komt voort uit de Commissie ‘Toekomst Beschermd Wonen’. Vorig jaar heeft het Ministerie van VWS als coördinerend Ministerie een aantal regionale sessies georganiseerd. Tijdens deze regionale sessies in 2018 is de agenda toegelicht waarbij goede voorbeelden zijn ingebracht, ook door de aanwezige cliëntvertegenwoordigers.

In de Meerjarenagenda zijn acht thema’s benoemd die verschillende landelijke organisaties (zoals bijv. VNG, Aedes, zorgverzekeraars, MIND, etc.) als trekker op zich nemen. Werkplaats COMO houdt de betrokken partijen scherp op het betrekken van cliënten(vertegenwoordiging) in hun acties. 1 als trekker op zich nemen. Thema’s: 1. Cliëntondersteuning, ervaringsdeskundigheid en betrokkenheid omgeving 2. Lokale, regionale en landelijke samenwerking 3. Wonen 4. Vroegsignalering en schulden 5. Participatie, werk en inkomen 6. Toegang 7. Kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning 8. Continuïteit van zorg en ondersteuning. Werkplaats COMO is als belangenbehartiger één van de deelnemende partijen. Werkplaats COMO voert concrete acties uit (zoals de organisatie van deze werksessies, of het ophalen van goede voorbeelden van belangenbehartiging en beleidsparticipatie voor het project Droom en Daad (zie hier de publicatie). Werkplaats COMO houdt de betrokken partijen scherp op het betrekken van cliënten(vertegenwoordiging) in hun acties.

Voor de aanwezigen is het goed om te weten dat er eind van het jaar in iedere regio een plan gereed moet hebben. Werkplaats COMO roept iedereen op om in zijn of haar eigen regio in gesprek te gaan over de Meerjarenagenda. Hoe ver is jouw regio met het plan? Welke acties zijn geformuleerd? Ook kun je goede voorbeelden inbrengen ter inspiratie, bijvoorbeeld op de thema’s die vandaag worden besproken? (voorkomen huisuitzetting, straatadvocatuur en onafhankelijke cliëntondersteuning).

Ook is er ZonMw financiering beschikbaar voor het versterken van lopende en nieuwe initiatieven die aansluiten bij de agenda. Dit kan ook een kans zijn voor cliëntorganisaties in het land.

De Werkplaats wordt graag geïnformeerd over de lokale en regionale voortgang en welke stappen gezet worden. En zet zich in om aanwezige kennis en goede voorbeelden te delen. Als je denkt dat COMO iets kan doen in jouw regio, of als je relevante ontwikkelingen (positieve of negatieve) uit jouw regio te melden hebt; laat het weten.


Gesprek over straatadvocatuur en onafhankelijke cliëntondersteuning

Met: Jochem Westert namens Bureau Straatjurist Amsterdam(bijeenkomst Zwolle)
Met: Jaouad Essaoui namens Stichting Kernkracht Gouda (bijeenkomst Haarlem)
Met: Willemijn de Nooijer en Tessa Stout van Bureau Straatjurist Amsterdam (bijeenkomst Haarlem)

Een straatadvocaat is niet (per definitie) een advocaat: het is een belangenbehartiger (van het Engelse ‘to advocate’). Het is iemand die de stem van de klant is en ondersteunt. De kunst van het vak is om goed te kunnen schakelen tussen twee werelden: kunnen aansluiten en levelen bij de overheid en instanties en bij dak- en thuislozen.

Bureau Straatjurist is een ‘wanhoopsloket’ voor dak- en thuislozen in Amsterdam. Het bureau verzorgt zowel collectieve als individuele belangenbehartiging. Het oorspronkelijke idee was om als juristen zelf op de straat te gaan, maar dat is niet nodig: ca. 600 mensen per jaar dak- en thuislozen komen naar het bureau toe. En dat aantal neemt jaarlijks toe.

Bureau Straatjurist helpt mensen door hun rechten af te dwingen met bezwaar- en beroepsprocedures. Tessa en Willemijn hebben een achtergrond als jurist. Vragen die zij krijgen gaan over opvang, uitkering, briefadres, huisuitzetting, boetes voor buiten slapen, klachten over kwaliteit van zorg. De meeste hulpvragen gaan over de basisregistratie (briefadres) die nodig is om in aanmerking te komen voor een voorziening. Ook de toegang tot de maatschappelijke opvang is een groot probleem: 66% van de dak- en thuislozen in Amsterdam wordt afgewezen (rapport: Wachten op Opvang, Rekenkamer Amsterdam). Daarnaast krijgen niet alle melders een schriftelijke beslissing. Ze worden bijvoorbeeld weggestuurd door gebrek aan regiobinding of met het zelfredzaamheidsvereiste. Aan de keukentafel is dit een bijna automatisch afwijscriterium: als je geen overduidelijke verslaving of iets hebt, dan kom je niet verder. Ook de uitstroom de maatschappelijke opvang laat te wensen over.

Door een tekort aan opvangplekken zwerven nogal wat kinderen van adres naar adres of wonen ze met hun ouders in hotels, waarbij er geen sprake is van een normaal gezinsleven. De dakloze gezinnen worden regelmatig verplaatst, soms ver van school. Dit alles is niet in het belang van de kinderen. Zij zijn extra kwetsbaar en hebben belang bij een stabiele leefomgeving.

Jochem vertelt dat het bureau ziet dat dak- en thuislozen steeds vaker bestraft worden. Voor bedelen, buitenslapen, wildplassen of drinken op straat. Uiteraard moet overlast worden bestreden, maar zo dreigt dakloosheid in een strafrechtelijk daglicht komen te staan.

De doelgroep weet het bureau te vinden door folders bij madi’s (maatschappelijk dienstverleners) en inloophuizen. Vragen komen binnen via app en mail. Hoe je de cliënt het beste dient is per zaak verschillend. Soms is een proces nodig. Maar op individueel niveau geeft een rechtszaak lang niet altijd het beste resultaat. Tegen veel zaken zijn geen processen te voeren, omdat het geen afdwingbaar recht is. Leuren bij een organisatie levert dan meer op.

Bureau Straatjurist doet veel zaken zelf, gaat mee naar zittingen en werkt intensief samen met advocaten.
Bureau Straatjurist wordt door de persoon die de hulpvraag heeft gemachtigd om te procederen. Een individuele bezwaar- en beroepsprocedure heeft soms succes. De kosten van de bezwaarprocedure – met een eigen bijdrage van 45 euro – worden verrekend via het Juridisch Loket. De eigen bijdrage krijg je terug als je de procedure wint.

Collectieve belangenbehartiging
Als er bepaalde zaken veel voorkomen, dan kijkt Bureau Straatjurist of dit op collectief niveau kunnen agenderen. Er is veel contact met de gemeente om te agenderen wat nodig is. Soms gaat het meer om hoe mensen bejegend worden. Dan trekt het Bureau op met de gemeentelijke Ombudsman, of gaat zelf het gesprek aan met de gemeente. De individuele problematiek wordt gebundeld – samen met Daklozenvakbond en MDHG – en kenbaar gemaakt bij de gemeente, maar ook andere organisaties zoals het ministerie of het College voor de Rechten van de Mens. Zo is er in Amsterdam een zwartboek gemaakt met gebundelde casuïstiek aan de Tweede kamer aangeboden over de kostendelersnorm.

De samenwerking tussen de Amsterdamse organisaties Bureau Straatjurist, de Daklozenvakbond en MDHG wordt de komende tijd geïntensiveerd. De wens is om een daklozenloket te starten waar je terecht kunt voor cliëntondersteuning met al je hulpvragen.

Als straatadvocaat maak je gebruik van verschillende strategieën. Bij schrijnende gevallen werkt een individuele procedure via de rechter vaak goed en de discussie over is regiobinding vaak wel te winnen. Het kan helpen om via media politieke aandacht te genereren voor een casus. De gemeenteraad is ook een belangrijk lokaal orgaan met veel zeggingsmacht.

Ervaringsdeskundigheid en straatadvocatuur
Jaouad is verbonden aan kernkracht in Gouda. Hij is ervaringsdeskundige, heeft een justitieel en drugsverleden. Hij is zijn werk begonnen als voorlichter op scholen en zo langzaam bekend geworden in Gouda. Na een tijdje is hij meer de straat op gegaan om zichtbaar te zijn. Tegenwoordig weten mensen hem te vinden als ze een postadres, woning of uitkering nodig hebben. of wordt gebeld door gevangenen die bijna vrijgelaten worden om samen een plan te maken. Of door organisaties, met de vraag om te bemiddelen. Hij onderhoudt veel contact met de woningcorporaties, anti-kraakorganisaties en zorgt voor een nuttig netwerk: “Om iets voor elkaar te krijgen, moet je investeren. Ik drink ‘s morgens een bakkie bij de conciërge, ga naar de wijkagent, de bibliotheek, het winkelcentrum, de kapper of de shoarmatent. En ik praat de taal van de jongens op straat.” Zijn tip daarbij: je moet altijd eerlijk zijn. ook als de boodschap is: het gaat je niet lukken. Hij doet alles op de fiets in Gouda, is niet herkenbaar aan een hesje, maar deelt wel zijn visitekaartje uit.

Rechtszaken doet hij niet, wel gaat hij mee naar met jongeren naar organisaties, of naar een gesprek op school. Een juridische achtergrond heeft hij niet, maar door zich goed voor te bereiden, wordt hij altijd serieus genomen. Zijn geloofwaardigheid komt voort uit het feit dat hij iedere dag op straat is. En door zijn verbondenheid met Kernkracht, een regionale cliëntenorganisatie kunnen de individuele signalen die hij oppikt meegenomen worden in belangenbehartiging. Jaouad werkt in Gouda samen met straatadvocaat Sharon Kim.

Gespecialiseerde onafhankelijke cliëntondersteuners
Onafhankelijke cliëntondersteuning is in de Wmo vast gelegd: iedereen heeft recht op informatie, ondersteuning en advies. In de praktijk wordt deze functie breed ingevuld, maar soms ook heel smal. Het is onduidelijk welke positie straatadvocatuur daarbij heeft. Wel wordt opgemerkt dat de kennis over psychische problemen bij onafhankelijke cliëntondersteuners vaak tekort schiet. Zo ook over de straat. Straatadvocaten vullen dit gat (deels) op, maar zijn maar op een paar plekken in het land actief.

De Werkplaats wijst op het Manifest Straatadvocaat uit 2009 dat nog steeds actueel is. Landelijke dekking van goede, onafhankelijke cliëntondersteuners met de juiste expertise om dak- en thuislozen te kunnen ondersteunen, ontbreekt.

In Leeuwarden is nu met financiering door ZonMw een start gemaakt met straatadvocatuur. Maar als straatadvocaat heb je een stevige organisatie nodig om je werk goed te kunnen doen: het is lastig om te starten als je moet starten vanuit niets, niet kunt landen in een bestaande organisatie, en randvoorwaarden om je werk te kunnen doen ontbreken. Er is dan ook veel behoefte aan collectivisering (een koepelorganisatie) en aan informatie. Bijvoorbeeld onderzoek naar de functie van straatadvocatuur (binnen onafhankelijke cliëntondersteuning): welk profiel en welke scholing is nodig? Hoe een en ander vorm te geven?

Meer informatie over rechten en praktische tips zijn te vinden op www.straatjurist.nl. Lees vooral ook het informatieve jaarverslag. En bekijk het Manifest Straatadvocaat en de actuele oplegger door Werkplaats COMO.

In de eerder genoemde publicatie Droom en Daad is straatadvocatuur opgenomen als een van de goede voorbeelden.

Afronding

De sessies waren een waardevolle ontmoeting en kennisdeling zo vinden alle aanwezigen. Wil je weten welke cliënten- en familieorganisaties in jouw regio actief zijn, of een straatadvocaat vinden dan kun je de digitale MIND Atlas bekijken.
Iedereen wordt bedankt voor de waardevolle bijdrage!
Meer informatie over Werkplaats COMO:  https://werkplaatscomo.wordpress.com/

Illustratie uit ‘Droom en Daad’: Sandra Heemskerk

Volg ons:
© Stichting Eropaf! 2017