Verslag van de Meedenkbijeenkomst 'Naar Nul huisuitzettingen' op 29 maart

Aanleiding voor deze bijeenkomst was de op 4 december vorig jaar door de Tweede Kamer aangenomen motie van CDA-kamerlid René Peters (zie hier) om huisuitzettingen wegens schulden tegen te gaan. Het is nu aan de regering om een ‘interdepartementaal’ plan te maken dat leidt tot nul huisuitzettingen wegens schulden. Een voorzet voor dit plan werd al eerder gedaan door Marc Räkers op de website Socialevraagstukken.nl. De bijeenkomst werd georganiseerd door Eropaf! en Socialevraagstukken.nl.

Een neergaande lijn

Om te beginnen enige feiten: er hebben vorig jaar 5400 huisuitzettingen plaatsgevonden. Het totaal aan huurvorderingen (achterstanden) bedroeg 135.000. Dat betekent dat 4,5 procent van de aangeschreven huurders uiteindelijk werd ontruimd. Deze cijfers komen uit het jaarverslag van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG). Door de jaren heen is er, gelukkig, sprake van een neergaande lijn. Er wordt steeds minder vaak ontruimd. Paul Otter van de KBvG verklaart deze afname door de economische vooruitgang enerzijds en anderzijds doordat gemeenten meer zijn gaan doen aan het voorkomen van huisuitzettingen wegens schulden.

Marc Räkers, voorman van Eropaf!, doet een inleidend verhaal en gaat het gesprek aan met vijf mensen die naast Peters op het podium plaats hebben genomen.

Huisuitzetting is de meest ingrijpende maatregel die woningcorporaties tot hun beschikking hebben. Voor de in gebreke blijvende huurder en zijn/haar huishouden is uitzetting een traumatische ervaring. Het kost ook vaak jaren voordat mensen die uit hun huis gezet zijn, hun leven weer op de rails krijgen. De daarmee gepaard gaande hulpverlening is meestal intensief en dus prijzig. Uitzetting leidt vaak tot serieuze sociale en maatschappelijke onthechting, het herstel hiervan is zwaar en intensief.

Goedkoper om mensen in hun huis te laten blijven

Ontruiming is dus een maatregel die de samenleving (de gemeente) vaak veel geld kost. Sharda Scharbaai vertelt dat het, simpel gezegd, veel goedkoper en effectiever is om mensen met huurschulden in hun huis te laten wonen en ze daar hulp te bieden. Scharbaai maakt deel uit van het Team Armoedebestrijding in de gemeente Nissenwaard (Spijkenisse en Bernisse). Zij doen veel aan preventie. ‘Maar niet alleen vanwege de kosten’, licht ze toe, ‘de emotionele aspecten zijn ook belangrijk. Denk aan kinderen, of mensen met een verslaving’.

In veel gevallen gaat het om burgers in kwetsbare omstandigheden, voor wie de samenleving te complex is geworden. Hidde Kielen, van de Uitvoeringsbrigade uit Spijkenisse, is de volgende die geïnterviewd wordt. Hij legt uit dat het essentieel is om te proberen zo snel mogelijk contact te zoeken met een bewoner die achterloopt met de betaling van zijn huur. Kielen:  ‘Er is altijd meer aan de hand dan alleen schulden’. Daarom vindt hij het belangrijk dat er begeleiding wordt geboden aan deze mensen. ‘Probleem is nu nog steeds dat maatschappelijke dienstverlening te veel rekent op de zelfredzaamheid van de mensen’, aldus Kielen.

Bewoners blijven zo lang mogelijk de huur betalen

Rina Beers van de Federatie Opvang wijst erop dat ‘er al een heel groot probleem is op het moment dat de huur niet meer betaald wordt. Want de huur is altijd het laatste dat mensen niet meer betalen’.

Wat zouden gemeenten kunnen doen om wel op tijd hulp te bieden? Jan Siebols ontwikkelde tien jaar geleden in Amsterdam de methode Vroeg Eropaf. Deze bestaat uit een aantal stappen:

  1. Intensieve samenwerking tussen gemeente en woningcorporaties.

  2. Idealiter zijn zorgverzekeraars en nutsvoorzieningen ook bij de systematiek betrokken, zodat er op tijd een melding kan uitgaan naar de (schuld-)hulpverlenende instantie. Dit soort schulden gaan meestal vooraf aan huurschuld.

  3. In eerste instantie is de woningcorporatie aan zet wanneer een huurder in gebreke blijft. Bij twee maanden (na 32 dagen) is het ‘een kwestie van doorschakelen’: het inschakelen van hulpverlening bij de problematiek. Belangrijk is dat er een ‘warme overdracht’ is naar vervolghulp. Siebols: ‘Er moet sprake zijn van een doorlopende voorstelling’.

  4. Persoonlijk contact met de huurder is essentieel. Bij het huisbezoek worden inkomsten en uitgaven op een rijtje gezet. In veel gevallen blijkt daarbij al dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van inkomensondersteunende maatregelen zoals woontoeslag, kwijtschelding van gemeentebelasting enzovoort.

 

Intensieve samenwerking tussen gemeente en woningcorporaties.

Idealiter zijn zorgverzekeraars en nutsvoorzieningen ook bij de systematiek betrokken, zodat er op tijd een melding kan uitgaan naar de (schuld-)hulpverlenende instantie. Dit soort schulden gaan meestal vooraf aan huurschuld.

In eerste instantie is de woningcorporatie aan zet wanneer een huurder in gebreke blijft. Bij twee maanden (na 32 dagen) is het ‘een kwestie van doorschakelen’: het inschakelen van hulpverlening bij de problematiek. Belangrijk is dat er een ‘warme overdracht’ is naar vervolghulp. Siebols: ‘Er moet sprake zijn van een doorlopende voorstelling’.

Persoonlijk contact met de huurder is essentieel. Bij het huisbezoek worden inkomsten en uitgaven op een rijtje gezet. In veel gevallen blijkt daarbij al dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van inkomensondersteunende maatregelen zoals woontoeslag, kwijtschelding van gemeentebelasting enzovoort.

Gemeenten lopen vaak vast

Op dit moment heeft oud-Kredietbankdirecteur Siebols contact met 160 gemeenten over de werkwijze ‘Vroegsignalering schulden’, c.q. Vroeg Eropaf. (Nederland telt op dit moment 355 gemeenten). Siebols vertelt dat veel gemeenten enthousiast zelf beginnen met de methode Vroegsignalering Schulden, maar ze lopen vaak vast op de uitvoering in de praktijk. Externe ondersteuning blijkt dan nodig voor verdere ontwikkeling.

Marcel Ham, hoofdredacteur van Socialevraagstukken.nl vraagt de zaal om reacties.

Te weinig geld om wet uit te voeren

Marcel Thijssen, strategisch beleidsadviseur Schuldhulpverlening en Armoede in Amsterdam, betoogt dat gemeenten veelal te weinig geld hebben om een dergelijke wet, zoals Peters beoogt, goed uit te voeren. Peters brengt daar tegenin dat het voor de landelijke overheid lastig is om helder zicht te krijgen op de hantering van budgetten door gemeenten. Met andere woorden: het is een kwestie van keuzes maken voor gemeentes.

Paul Minke van Aedes, de koepel van woningcorporaties, zegt: ‘ook al komen er wetten, het staat of valt bij de uitvoering’. Hij pleit ervoor om te proberen gemeentes te verleiden. ‘Presenteer de methode Vroeg Eropaf als een businesscase, waarin je de financiële voordelen voor gemeentes uiteenzet’.

Verplicht informatie verstrekken over huurders

Volgens Minke zou het ook een optie kunnen zijn om corporaties te verplichten informatie te verstrekken aan gemeentelijke instanties wanneer huurders in gebreke blijven. ‘De meeste leden (van Aedes) vinden dat oké’, aldus Minke. In Amsterdam gebeurt iets dergelijks al bij mensen in de bijstand die schulden maken. In Utrecht worden mensen met huurachterstand structureel bij de gemeente gemeld.

De aanwezigen wordt gevraagd om gedurende de pauze met elkaar te bespreken wat nuttige bouwstenen zouden kunnen zijn voor een wet die huisuitzettingen tegen moet gaan. Dat levert een overvloed aan suggesties op, waaruit blijkt dat preventie van huisuitzettingen een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van een aantal partijen: overheden, corporaties en maatschappelijke dienstverlening.

Samengevat valt aan de hand van de suggesties het volgende te zeggen: het is altijd het beste als mensen kunnen blijven wonen in hun huis. Het spaart menselijk leed en het goedkoper voor de samenleving (gemeente).

Samen optrekken

Verder is het belangrijk, zoals al gezegd, dat gemeenten en corporaties samen optrekken. Dat houdt in: adequate signalering en professionele afhandeling, rekening houdend met verminderde capaciteit van de huurder op grond van inzichten uit de gedragsleer en een sluitende aanpak, waarbij de wanbetaler ‘niet kan ontsnappen’.

Er ligt een verantwoordelijkheid bij de gemeenten om een adequate hulpverlening op te tuigen die altijd en gemakkelijk bereikbaar is. Ook is belangrijk dat één instantie of hulpverlener de regisseursrol krijgt toebedeeld als er hulp wordt geboden.

De mogelijkheid van ‘terugklapcontracten’ lijkt een geschikte oplossing om toch nog vat te houden op huurders die zich aan alle vrijwillige hulp onttrekken. Deze wordt tijdelijk ‘uit het contract gezet’ en gedwongen hulp te accepteren voor een bepaalde periode. In die tijd kan de wanbetaler zijn contract op eigen naam ‘terugverdienen’.

Ook biedt de optie Housing First perspectieven. Housing First is een woonvorm met ambulante, intensieve begeleiding voor mensen met een meervoudige problematiek.

Minder zelfredzaam dan verondersteld wordt

Veel van de aanwezige professionals geven aan dat sommige burgers minder zelfredzaam zijn dan verondersteld wordt. Daarom pleit een aantal van hen ervoor om mensen in de schuldhulpverlening tegelijk ook begeleiding te bieden. Dit geldt ook voor mensen die een schuldhulpverleningstraject hebben doorlopen: nazorg in de vorm van een ‘waakvlamcontact’ is hard nodig. Veel mensen hebben behoefte aan dergelijke ondersteunende hulp op de achtergrond.

De balans opmakend is het duidelijk: deze problematiek is een veelkoppig monster. Diverse partijen moeten met oplossingen komen en zij moeten ook nog eens in staat zijn om samen te werken met elkaar. In ieder geval is de politieke wil er nu, blijkens de aangenomen motie van Peters. En dat het ingewikkeld is om een einde te maken aan huisuitzettingen op grond van schulden, wil nog niet zeggen dat het niet kan.

Marco Ploeger is medewerker van Eropaf! en Socialevraagstukken.nl.

Volg ons:
© Stichting Eropaf! 2017