‘Altijd bereid om een extra stap te doen’

Er zijn op dit moment zes beschermingsbewindvoerders actief voor Eropaf!. We praten met twee van hen over wat hun werk inhoudt en waarin zij zich onderscheiden van andere bewindvoerders.

Aan de keukentafel op het kantoor van Eropaf! leggen de beide bewindvoerders uit wat hun werk als beschermingsbewindvoerder inhoudt. Bewindvoering houdt in dat een cliënt, na uitspraak van de rechter, zijn of haar financiële administratie overdraagt aan een bewindvoerder, waarna deze diens geld en uitgaven beheert. Schuldenbewind is voor mensen die problematische schulden hebben. Beschermingsbewind is voor mensen die zelf niet (meer) hun financiële zaken kunnen regelen, bijvoorbeeld vanwege een verstandelijke beperking. De aantallen onderbewindgestelden nemen toe: eind 2014 waren er 260.000 lopende bewindzaken, eind 2015 waren dit er 295.000.

Belangen vertegenwoordigen

Erik Wals, die in Utrecht/Zeist werkzaam is, geeft aan dat 75 procent van zijn cliënten problematische schulden heeft. Het Amsterdamse klantenbestand van Elles Visser bedraagt voor circa 90 procent mensen met problematische schulden. De taak van de bewindvoerder is om de belangen van de rechthebbende te vertegenwoordigen. Dat is een heel verschil met de WSNP (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen), waarbij een bewindvoerder moet zorgen dat er zoveel mogelijk wordt terugbetaald aan de schuldeisers. De WSNP-bewindvoerder vertegenwoordigt namelijk juist de belangen van de schuldeisers.

Een van de ambities van Eropaf! is om cliënten zoveel mogelijk zelfredzaamheid te geven. Dat wil zeggen dat ze idealiter nog voor een deel de regie hebben over hun uitgaven. ‘Maar daar zijn wij nog niet aan toe gekomen’, verzucht Erik. Hij is nu twee jaar werkzaam als zelfstandig bewindvoerder. ‘Wij streven er allereerst naar om de situatie stabiel te krijgen. Daar zijn we al heel druk mee, want er gebeurt altijd van alles.’ Erik noemt een aantal voorbeelden: dat mensen soms verhuizen, er dreigt een beslaglegging, iemand heeft wiet gekweekt en is daarop betrapt, of iemand krijgt geen kwijtschelding. Problematische factor in het werk is dat de schuldeisers blijven aankloppen om hun geld terug te krijgen, ook als de debiteur zijn of haar financiën heeft overgedragen aan een bewindvoerder. Pas in een schuldhulpregeling treedt er wat dat betreft pas rust op in de tent.

Persoonlijke aandacht

‘Ik geef mijn cliënten veel persoonlijke aandacht’, vervolgt Erik. ‘Ik heb de stellige overtuiging dat dat uitmaakt.’ Hij vertelt dat het wel voorkomt dat bewindvoerders nauwelijks persoonlijk contact hebben met hun cliënten. Die hebben daar geen tijd voor. Erik heeft daarentegen wekelijks een spreekuur waar mensen naartoe kunnen en hij komt af en toe thuis bij ze langs. Als mensen eenmaal toegelaten worden tot een schuldhulpregeling, brengt hij een bloemetje voor ze mee.

Het zijn vaak crisissituaties waar je op in moet spelen.

In weerwil van de doelstelling van zelfredzaamheid vertelt Erik dat je als bewindvoerder vaak heel directief te werk moet gaan. ‘Je moet duidelijk aangeven wat er moet gebeuren. Het zijn ook vaak crisissituaties waar je op in moet spelen. Er zijn mensen die hebben 60 à 70 schuldeisers. Ga maar na.’

Buiten de boot

Elles beaamt wat Erik vertelt. ‘Soms is het bij een aanmelding dat je denkt: ‘Jeetje wat een ingewikkelde klant’. Sommige mensen dreigen dan ook buiten de boot te vallen omdat hun zaken te gecompliceerd zijn.’ Ze noemt het voorbeeld van een echtpaar dat al twee keer geweigerd was voor bewindvoering. Die kregen uiteindelijk via de rechter voor elkaar dat ze aan haar toegewezen werden. ‘Dat zijn mensen met vier kinderen, waarvan er drie inmiddels volwassen zijn en nog thuis wonen. Mensen die al twintig jaar in de schulden zitten. Dat zijn schrijnende gevallen.’

Voor Elles zit het verschil met reguliere bewindvoering erin dat ze goed bereikbaar is en dat ze communicatief sterk is. ‘We zijn altijd bereid om een extra stap te doen voor een cliënt. Wat dat is, hangt af van de situatie. Dat kan van alles zijn. Mensen hebben naast hun schulden vaak ook andere problemen en soms is het daardoor nodig om er andere maatschappelijke organisaties bij te betrekken. Dat kost tijd, maar het verdient zich terug, omdat je het vertrouwen van de cliënt ermee wint.’ Dat vertaalt zich weer in het gedrag van de cliënt, legt ze uit. Soms merkt ze dat een cliënt totaal geen sociale contacten heeft. Dan zet ze zich in om voor zo iemand een maatje te zoeken. ‘Dat kost heel veel tijd, maar het is wel belangrijk.’

Kortsluiting in magnetron

Wat dat ‘stapje extra’ betreft, vertelt Erik over een cliënt die brand in huis had gekregen door kortsluiting in een magnetronoven. ‘Toevallig had ik, als bewindvoerder, haar inboedel zes dagen daarvoor verzekerd tegen brand. Die vrouw was alles kwijt, maar de verzekering probeerde zich er voor weinig geld van af te maken. Ze boden een schadevergoeding van 11.000 euro. Ik heb me er toen hard voor gemaakt dat ze meer zou krijgen. Dat werd uiteindelijk 18.500 euro. Dat is natuurlijk fantastisch, maar het kost heel veel tijd.’ Leuke bijkomstigheid is dat die vrouw voor dat bedrag meteen haar schulden kon aflossen. Ze is overigens nog steeds onder bewind bij Erik.

Je moet in dit werk soms streng zijn en zakelijk

‘Wij zijn een soort ‘super-financieel hulpverleners’’, betitelt Erik zichzelf. ‘Nee, we zijn dienstverlener’, verbetert Elles. Erik is het daar niet mee eens. ‘Er zijn situaties, zoals met die vrouw met die brandverzekering, dan bied je echt hulp.’ Elles is daarentegen van mening dat je in dit werk soms streng moet zijn en zakelijk. ‘Het geld bepaalt.’ Ze komen er niet uit.

Perspectief bieden

Of het nu hulpverlening is of dienstverlening, beiden doen dit werk uit idealisme. Erik: ‘Je biedt mensen weer perspectief. Bij onze aanpak staat de cliënt op nummer één.’ En Elles is het daar roerend mee eens: ‘Je betekent direct iets voor iemand.’

Wat de toekomst voor hun vakgebied betreft, zijn ze bescheiden. Elles: ‘Ons doel is een breed landelijk netwerk op te zetten. Maar ik besef nu dat dat op korte termijn te hoog gegrepen is. Er zijn op dit moment in Nederland zes bewindvoerders die werkzaam zijn vanuit het Eropaf!-gedachtengoed. Ik zie voor de toekomst een gestage groei van ons soort werk. Met daarbij voorop: kwaliteit van werken. Juist voor groepen mensen die ondersteuning nodig hebben.’

Voor meer informatie, zie het artikel Beschermingsbewind Anders.

 

Volg ons:
© Stichting Eropaf! 2017